De klasse-indeling van elektrische apparaten is gemaakt om bepaalde elektrische eigenschappen aan te geven. Ze bepaalt in welke omstandigheden deze gebruikt mogen worden. Niet elk elketrisch apparaat is geschikt voor elke gebruiksomgeving. 

Klasse I
Deze toestellen moeten verbonden zijn met een aardbeschermingsleiding, de zogenaamde aarde. Mocht er een defect ontstaan kan de foutstroom via de aarding afvloeien. Een apparaat van deze klasse wordt doorgaans aangesloten op een contactdoos met beschermingsaarde zoals type E met aardingspen.Soms wordt op dergelijk apparaat een rondje met aardingsteken afgebeeld.

Klasse II
Apparaten in deze groep zijn dubbel geïsoleerd of hebben een extra sterke isolerende behuizing. Dubbelgeïsoleerd wil zeggen dat een toestel naast de gebruikelijke electrische isolatie een zodanige constructie en behuizing heeft, dat er geen spanning kan komen te staan op aanraakbare, geleidende delen. Men noemt deze toestellen ook wel 'geheel geïsoleerd' of 'versterkt geïsoleerd'. Naast de functionele isolatie zijn ze voorzien van een extra isolatie die voorkomt dat bij een defect, aanraakbare metalen delen onder spanning komen te staan. Deze extra isolatie bestaat meestal uit een behuizing die geheel van kunststof is. Klasse II toestellen mogen echter ook uitwendig van metaal zijn. Deze klasse is herkenbaar aan het verplichte dubbel-isolatie teken dat erop staat. Het dubbele vierkantje.

aa/43/class1-2-l-zangra.jpg